15 juli 2010 door Jeroen de Munnik
- Neemt het nieuwe kabinet het Pensioenakkoord over?
- Getrapte verhoging pensioenleeftijd lijkt niet haalbaar
- Pensioenakkoord houdt geen rekening met verzekeraars
Op dit moment werken vier partijen aan een regeerakkoord. Buiten het zicht van microfoons en camera’s proberen zij op één A4-tje de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid voor de komende vier jaar samen te vatten. Het lijkt er dus op dat er straks meer ‘vrije kwesties’ zullen zijn dan vaste afspraken waaraan de coalitiepartijen zijn gebonden.
We mogen hopen en verwachten dat de onderhandelaars een uitspraak doen over de toekomst van de AOW en daaraan verbonden het pensioenstelsel in de tweede pijler. Grote vraag is of de partijen het akkoord van sociale partners ongewijzigd zullen overnemen. De drie pensioenfondskoepels hebben daar bij de informateur op aangedrongen. En ook de overgrote meerderheid van de FNV-leden heeft zich voor het akkoord uitgesproken.
Te late start
Job Cohen zal geen moeite hebben met het akkoord. In haar verkiezingsprogramma verhoogt de PvdA de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 en in 2025 naar 67 jaar. Keurig in lijn met het akkoord dus. Anders is het met de VVD. Die wil vanaf 2011 al de leeftijd jaarlijks met twee maanden verhogen totdat in 2023 de 67-jarige leeftijd is bereikt. Mark Rutte heeft er tijdens de verkiezingstijd steeds op gehamerd dat de PvdA wat dit betreft een te late start maakt. Hij kan op bijval rekenen van Alexander Pechtold. Ook D66 koos in het verkiezingsprogramma voor een jaarlijkse leeftijdsopbouw met twee maanden.
GroenLinks heeft een heel eigen visie op de pensioeningangsdatum. Femke Halsema wil een volledige AOW-uitkering voor iedereen die 45 jaar gewerkt heeft (of door overmacht een uitkering heeft genoten). Die regel kent daarnaast tal van nuanceringen.
Gezien het maatschappelijk draagvlak voor het akkoord van werkgevers en werknemers lijkt het niet voor de hand te liggen dat VVD en D66 vast kunnen houden aan de getrapte verhoging. Waardoor de pensioenuitvoerders in elk geval een groot probleem minder hebben.
Onuitvoerbare aspecten
De jaarlijkse verhoging van de pensioenleeftijd klinkt misschien als een sympathieke zachte landing, maar houdt onvoldoende rekening met de uitvoeringspraktijk. Datzelfde probleem kent het pensioenakkoord. AEGON onderschrijft de noodzaak om het pensioenstelsel te hervormen en zodoende toekomstbestendig te maken. Maar omdat het pensioenakkoord (wederom) alleen gericht is op de situatie bij pensioenfondsen, zitten er voor verzekeraars onuitvoerbare aspecten in. Daarnaast zijn de formuleringen zo nu en dan vaag en voor meerdere interpretatie vatbaar. Het is daardoor gevaarlijk om nu al vergaande conclusies te trekken, zonder dat de wetsvoorstellen die nodig zijn om de aanbevelingen van de sociale partners uit te voeren, bekend zijn.
Hoe eerder er duidelijkheid bestaat, hoe beter. Er blijft nog voldoende te puzzelen over om pensioenregelingen aan te passen (aan het opvangen van de stijgende levensverwachting bijvoorbeeld). Daar is tijd, energie en geld voor nodig. Belangrijker wordt het vervolgens om in kaart te brengen wat de gevolgen en alternatieven zijn voor de individuele deelnemer. Het gaat immers om zijn of haar oudedagsvoorziening.
Jeroen de Munnik
Han de Vos juli 19th, 2010 10:25
Jeroen,
Kan je kort uitleggen wat het verschil in uitvoering is voor de pensioenfondsen versus de pensioenverzekeraars?
En waarom zie je dat als een probleem?
Alexander Kuipers juli 20th, 2010 10:38
@ Han
Jeroen geniet van zijn zomervakantie, vandaar dat ik probeer je vraag te beantwoorden.
De voorstellen die in het pensioenakkoord van de sociale partners zijn gedaan, leveren pensioenverzekeraars inderdaad enkele problemen op.
Een belangrijk knelpunt is bijvoorbeeld dat verzekeraars opgebouwde rechten nooit mogen verlagen, ook niet bij een oplopende levensverwachting of tegenvallende beleggingsresultaten aan de zijde van de verzekeraar.
Ook levert het eenmaal in de vijf jaar aanpassen van de pensioenrekenleeftijd aan de hand van de ontwikkeling van de levensverwachting grote uitvoeringslasten op.
Dit is in versterkte mate het geval als de aanpassing per sector of onderneming moet gebeuren. Weliswaar is maar 12% van de deelnemers aan pensioenregelingen in Nederland ondergebracht in een rechtstreeks verzekerde regeling, maar het aantal regelingen dat wordt uitgevoerd door verzekeraars (bijna 22.000) is vele malen groter dan het aantal regelingen bij pensioenfondsen (ongeveer 550). Gezien dit aantal verzekerde regelingen is het onuitvoerbaar om al in 2011 alle regelingen te hebben aangepast aan het nieuwe systeem, zoals de sociale partners voorstellen.
Het keer op keer aanpassen van alle pensioenregelingen brengt hoge uitvoeringskosten mee. Deze gaan ten laste van het rendement, waardoor bijvoorbeeld de ruimte om toeslagen te verlenen wordt beperkt. Ook kunnen ze leiden tot een prijsverhoging die de klant bij verlenging van zijn pensioencontract zal merken.
Alexander Kuipers,
Woordvoerder AEGON Nederland
henk augustus 6th, 2010 23:20
Dus? Inderdaad het pensioenstelsel is verworden tot een poppenkast: graai, graai en maar premie inleggen. Pensioentje meneer? A wel, kijk maar goed het geld ligt voor u klaar? Waar dan? Ik zie niets liggen! Sorry, eea kostte een paar centen want de uitvoerder moet er ook van leven! Sorry, als gevolg van tegenvallende beleggingsresultaten, wetswijzigingen etc is uw inleg foetsie. Doei, doei! Foei, foei! Denk eens na, wat zou het toch makkelijker zijn als er gewoon geen pensioenregelgeving zou zijn. Nee, niet naar je eigen portemonnee kijken…inderdaad dan is het veel simpeler en eenvoudig. Ai…dat doet zeer. Goed in de spiegel kijken!