Zijn we fit genoeg om langer door te werken?

16 augustus 2010 door Herman Kappelle

·    Nederland doet het precies verkeerd om.
·    De verplichting van een hogere pensioenleeftijd kan de motivatie ondermijnen.
·    De gezondheid van 55- tot 65+-jarige personen is achteruitgegaan

Zowel het wetsvoorstel om de pensioenleeftijd te verhogen, als het pensioenakkoord tussen sociale partners gaat ervan uit dat we allemaal ouder worden en dus langer kunnen doorwerken. Daaraan ligt de veronderstelling ten grondslag dat we niet alleen ouder worden, maar ook op een zodanige manier dat we inderdaad in staat zijn om langer door te werken. De vraag is of die veronderstelling juist is.

Uit dit artikel blijkt dat dit in ieder geval niet over de volle breedte het geval is. Eerder kan gezegd worden dat we langer leven ondanks het feit dat we ongezonder zijn, dan dankzij het feit dat we gezonder zijn. Daarom wordt gepleit voor een meer genuanceerde benadering.

Het kabinet verdedigt de verhoging van de AOW-leeftijd met de stelling dat de resterende levensverwachting van mensen op het moment dat ze 65 worden sinds 1957 met een kwart is opgelopen tot circa negentien jaar. ‘Ook de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is aanzienlijk gestegen’, aldus de regering. Bij dat laatste kunnen op zijn minst kanttekeningen gemaakt worden. Het kabinet gaat daarbij uit van CBS-gegevens, maar er zijn ook andere gegevensbronnen die niet altijd dezelfde uitkomsten laten zien.

Dwang
Het middel waarmee het kabinet langer doorwerken wil realiseren is dwang. De overheid kan dit middel op heel directe wijze inzetten voor zover het de eerste pijler betreft: een wetswijziging volstaat om de AOW-leeftijd naar 67 op te trekken. In de tweede pijler ligt de zeggenschap formeel bij sociale partners, maar in de fiscale regelgeving heeft de overheid daar een sterk sturingsinstrument. Een fiscaal niet gefaciliteerde pensioenregeling is dermate onaantrekkelijk dat weinig werkgevers en werknemers daarvoor zullen kiezen. Via de fiscale wetgeving kan – en zal – de overheid dus ook een pensioenleeftijd van 67 jaar afdwingen. Langs dezelfde weg wordt ook de premieruimte in de derde pijler aangepast.
De vraag is hoe effectief dergelijke dwangmaatregelen zijn. Iemand die niet langer kan of wil doorwerken, zal alle mogelijke moeite doen om toch eerder te stoppen met werken.

Ervaringen in Finland
Finland is koploper als het gaat om de groei van het aantal actieve 55-plussers. De pensioenhervormingen in dat land zijn tot stand gekomen na jarenlang onderzoek naar de vraag hoe lang werknemers in staat zijn te werken en in hoeverre dat verband houdt met wat het werk fysiek en mentaal van mensen vraagt. De Finse onderzoeker Juhani Ilmarinen heeft een uitgesproken mening over de manier waarop wij in Nederland langer werken willen afdwingen: “Dat gaat niet lukken door ze geld af te nemen. Je moet eerst zorgen dat de werkomstandigheden goed zijn waardoor mensen willen en kunnen werken. Pas dan maak je beleid dat vroegpensioen tegengaat. Nederland doet het precies verkeerd om. De verplichting van een hogere pensioenleeftijd kan de motivatie ondermijnen. Dat is een reëel risico dat de minister neemt.”

We leven langer maar niet gezonder
De levensverwachting is sinds de negentiende eeuw inderdaad gestaag toegenomen, maar dat geldt vooral voor de levensverwachting vanaf de geboorte. De grootste toename is toe te schrijven aan de daling van de kindersterfte en sterfte op jongvolwassen leeftijd. Kijken we naar de levensverwachting voor personen die 65 jaar halen, dan is de toename relatief gering.
Daar komt bij dat het percentage lichamelijke beperkingen tussen 1997 en 2007 stabiel is gebleven voor 65-plussers. Het percentage chronisch ziekten is zelfs toegenomen. Momenteel heeft circa tweederde van de ouderen in de leeftijdgroep 65-74 jaar twee of meer chronische aandoeningen. In feite is de winst in levensverwachting na het 65e jaar vooral te danken aan de langere overleving van chronisch zieken. Dus: de toename in de levensverwachting gaat momenteel gepaard met een verslechtering van de lichamelijke gezondheid.

Ook de gezondheid van 55- tot 65-jarige personen is niet verbeterd. Integendeel, in die groep is eveneens sprake van achteruitgang. Hun leefstijl is verslechterd (ernstig overgewicht en overmatig alcoholgebruik) en het aantal chronische ziekten neemt toe (luchtwegaandoeningen, diabetes, reuma en specifiek bij vrouwen ook functionele beperkingen en depressieve klachten).
We moeten ons dus afvragen in hoeverre de 55- tot 65-jarigen en 65-plussers in staat zijn met een slechte gezondheid door te werken. Dat desondanks een verhoging van de arbeidsparticipatie mogelijk is heeft het recente verleden bewezen. De vraag is echter welke kosten daar tegenover staan en voor wiens rekening die komen. En ook wat de effecten op de gezondheid zijn. Het is voor te stellen dat doorwerken een positief effect heeft op de gezondheid, omdat men mentaal actief blijft, maar duidelijke cijfers daarover zijn er niet.

Laat de 2e pijler voor wat hij is
Vaststaat dat de gezondheid van mensen tussen 55-65+ niet is verbeterd. Onduidelijk is wat doorwerken met de gezondheid kan doen en het is van belang voor zowel werkgevers als werknemers om dat te bepalen. Als de gezondheid daardoor achteruitgaat en daarmee de gezondheidskosten stijgen, wordt het bezuinigingsaffect in elk geval niet gehaald.

Ons advies: laat de tweede pijler wat hij is en zet in op het vergroten van de arbeidsparticipatie van 60-65-jarigen. Hierdoor ontstaat vanzelf de flexibiliteit, die – zoals uit het artikel blijkt – door de ouderen zelf wordt gewenst. Deeltijdpensioen is daarvoor een probaat middel.
Inmenging van de overheid is hiervoor niet nodig. De fiscale en juridische randvoorwaarden zin aanwezig. Het is dan ook aan de sociale partners om deze handschoen in het door hun zo gekoesterde domein van de tweede pijler op te pakken en onderdeel te maken van het arbeidsvoorwaardenoverleg.

Prof. mr. Herman Kappelle, bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, verbonden aan het Expertisecentrum Pensioenrecht en directeur Adfis, Adviesgroep juridische en fiscale zaken van AEGON en Prof. dr. Dorly Deeg, hoogleraar epidemiologie van veroudering aan het VU Medisch Centrum Amsterdam en wetenschappelijk directeur van de Longitudinal Aging Study Amsterdam

  • Print
  • email
  • RSS
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Twitter
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • PDF

Reageren




Zoeken

Volg ons

AEGON en AEGONbank twitteren

sterrenhemeltje: @IgnotusD @AEGON_NL haha, wat leuk, de elfstedentocht op kantoor!
9 hours ago
reneevh: Nu nog een lege zaal.. Zo een presentatie voor Avans studenten over online marketing binnen @AEGON_nl. http://t.co/hvYZpcFG
10 hours ago
haywardkris: http://t.co/n7cFgSTy via @telegraaf Als ze een echte sponsor zijn @aegonbank adviseren ze #Ajax #RVC te vertrekken per direct.
12 hours ago
BraveAnimal: @IgnotusD @AEGON_NL Waar kan ik een stempelkaart krijgen?!
14 hours ago

AEGON videokanaal