03 november 2010 door Martin Jol
We staan op het punt om naar Frankrijk te vliegen, waar we tegen AJ Auxerre onze vierde wedstrijd in de poulefase van de UEFA Champions League spelen.
Laat ik beginnen met het fluitconcert in de tweede helft van de wedstrijd enkele weken geleden in Amsterdam, Ajax - AJ Auxerre. Ik ben bijna veertig jaar actief in het betaalde voetbal, als speler en trainer in Nederland, Duitsland en Engeland. Maar zó een hard en massaal fluitconcert heb ik nog nooit gehoord. Een fluitconcert klinkt als iets onsportiefs en niet iets om te stimuleren. Waarom begin ik er dan toch over? Gejuich en gezang vanaf de tribunes is natuurlijk veel prettiger. Maar in de tweede helft tegen Auxerre stonden we lange tijd met tien tegen elf en werd elk balcontact van Auxerre getrakteerd op een fluitconcert. We stonden ‘maar’ met 2-1 voor en het was een cruciale wedstrijd voor ons. De UEFA Champions League spelen is van groot belang voor Ajax. Het publiek weet dat. We willen allemaal overwinteren in Europa en samen hebben we gezorgd dat we thuis van Auxerre wonnen. In Auxerre moeten we het met aanzienlijk minder supporters doen, maar we weten dat de groep die mee naar uitwedstrijden gaat ook in staat is om ons enorm te steunen.
Terwijl de maand oktober qua schoonheid van doelpunten de maand van Mounir El Hamdaoui was, licht ik op deze plaats ook graag zijn aanvalspartner Luis Suarez er even uit. Luis staat bijna altijd bovenaan in ranglijstjes. Voetballer van het jaar, topscorer, voorbereider (assist), aantal doelpogingen, aantal overtredingen die op hem zijn gemaakt etcetera. Vorig jaar was hij bijvoorbeeld ook de speler die in de Eredivisie het meest paal en lat trof, twaalf keer. Dat is opvallend. Nog opvallender is dat hij dit seizoen na negen wedstrijden al tien keer het aluminium raakte. Grote kans dat hij zijn aantal van vorig jaar gaat overtreffen. Toch schiet hij ze er liever in, dat kun je begrijpen. Om Ajax verder te helpen. Zo zit hij in elkaar. Hij wordt liever kampioen met Ajax zonder topscorer en voetballer van het jaar te worden, dan andersom.
Terwijl ik dit schrijf staan de nummers één tot en met vijf in de Eredivisie dicht bij elkaar. Wie had verwacht dat Roda JC en FC Groningen zo goed mee zouden doen? Twente toont zich inmiddels voor het vierde seizoen op rij een nationale topclub en Ajax en PSV zijn dat al jaren. Het betekent dat het steeds spannender wordt en dat het ook steeds moeilijker wordt om kampioen te worden. Maar het is wel onze doelstelling om tot de laatste speeldag mee te spelen om de landstitel.
En als het even tegenzit in de aanval, dan hebben we Mido op de bank zitten. Een groot verschil met vorig seizoen, toen de bank minder goed bezet was dan nu. André Ooijer speelt ook veel wedstrijden mee, terwijl Oleguer en Toby Alderweireld naast Jan Vertonghen centraal achterin ook prima uit de voeten kunnen. Miralem Sulejmani, die we altijd ‘Miki’ noemen is ook steeds beter bezig waardoor we aan de linkerkant ook wat meer mogelijkheden hebben. Het is sneu voor Nicolas Lodeiro dat hij eind oktober opnieuw zijn middenvoetsbeentje brak, een blessure die hij met Uruguay op het WK in Zuid Afrika ook opliep en waarvan hij nagenoeg hersteld was. Zo zal Kenneth Vermeer zich met zijn gescheurde achillespees thuis hebben zitten verbijten toen Maarten Stekelenburg bij Ajax-Excelsior geblesseerd het veld af moest. Kenneth is al jaren een betrouwbare vervanger van Maarten. Nu moest Jeroen Verhoeven aan de bak, en dat deed hij met verve. Vier belangrijke reddingen in korte tijd, waardoor het 2-2 bleef. We hadden van Excelsior moeten winnen, maar Jeroen voorkwam in de slotfase dat Excelsior van Ajax won. Zo hebben we op het middenveld de lichamelijke ongemakken van Demy de Zeeuw en Siem de Jong in oktober goed kunnen opvangen met bijvoorbeeld Teemu Tainio en Rasmus Lindgren. Het geeft aan dat het belangrijk is om een sterke en brede selectie te hebben. Dit gaat ons in de tweede seizoenshelft nog meer helpen dan dat het nu al doet.
We hebben de twee wedstrijden die dit seizoen op kunstgras gespeeld moeten worden, bij Excelsior en Heracles, gelukkig achter de rug. Je ziet aan de cijfers dat zij een voordeel hebben bij thuiswedstrijden en ik weet zeker dat nog veel ploegen punten gaan verspelen op deze afwijkende ondergrond. Wij gaan ons opmaken voor de belangrijke wedstrijd tegen Auxerre. Tot de volgende keer!
Sportieve groeten,
Martin Jol