Van de tribune: De Lada van Sáblíková

25 februari 2010 door John den Braber

Om een goede sporter te worden heb je natuurlijk talent nodig. Zonder aanleg is het vrijwel onmogelijk om de absolute top te halen. Een niet te onderschatten ingrediënt voor succes is echter doorzettingsvermogen. Echte kampioenen zijn fanatiek tot op het belachelijke af en doen altijd een stapje meer dan de concurrent.

Viervoudig olympisch kampioene Leontien van Moorsel is daar een treffend voorbeeld van. De Boekelse ging altijd nog een stukje extra trainen, wanneer haar maatjes afhaakten. Het was voor haar een straf om niet te kunnen fietsen, want stilstand is achteruitgang. Ook Gianni Romme was een trainingsbeest. De kampioen van Nagano is hier als coach van Ani Friesinger. Romme ziet er fit uit, een kenmerk van bikkels. Waarschijnlijk sport hij nog iedere dag. Gewoon omdat het moet.

Ik vraag Gianni naar het geheim van een goede “lange afstand”. ‘Da’s simpel’, zegt hij. ‘Uren maken en veel werk verzetten. Je kunt niet, zoals in het wielrennen bijvoorbeeld, jezelf tijdens wedstrijden in vorm rijden. Het probleem van heel veel trainen is echter dat je het ook aan moet kunnen. Niet iedereen is geschikt om vier uur per dag op het ijs te staan.’Romme heeft gelijk. Je moet tegen die spartaanse leefwijze kunnen. Zowel lichamelijk, als geestelijk. Schaatsen is niet alleen een sport waarbij de benen onder spanning staan, ook het koppie krijgt het nodige te verduren. Doorzetten wanneer alles in je lichaam schreeuwt ‘stop’ is een prestatie van formaat en voor weinigen weggelegd.

Martina Sáblíková is zo iemand. De Tsjechische is uit het goede hout gesneden en wordt naar verluidt iedere dag afgebeuld door haar trainer Petr Novak, een oud-ijshockeyprof, langebaanschaatser én legercommandant . Daarbij wordt de 22-jarige schaatster op bijna slaafse manier gecoacht. Niet zeuren, maar knallen. Dat idee. Hoewel Sáblíková tegenwoordig een prima contract heeft, met AEGON als voornaamste sponsor, heeft de tweevoudig olympisch kampioen de nodige ontberingen moeten doorstaan om aan de top van de berg Olympus te geraken. Samen met haar coach moest ze in een Lada uit het jaar nul steeds van Praag naar Erfurt om überhaupt te kunnen trainen. Tsjechië heeft namelijk totaal geen accommodaties die een wereldtopper waardig zijn.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de meeste talenten van eigen bodem uit Friesland komen. Een goede ijshal is essentieel om de jeugd aan het schaatsen te krijgen. Sáblíková moest altijd improviseren en daarom ben ik een fan van haar. Ik houd wel van types die tegen de stroom in roeien en niet gaan turnen, wat in haar geval een logischere keuze zou zijn geweest, maar de ijzers onderbinden. De Tsjechische doet me daarbij denken aan Marianne Vos. Een bijtertje van formaat, die ook altijd een extra blokje omrijdt. Echte kampioenen eten niet van gulden servies. Ze verslinden hun prooi immers het liefst met huid en haar.

Hoewel ik niet zo gek ben op de langere afstanden, loop ik toch gespannen richting de Richmond Oval. Ik ben benieuwd of Sáblíková niet bezwijkt onder de enorme druk. De thuisrijdende Canadezen zijn immers niet te onderschatten en de Duitsers worden ook steeds beter. Op het middenplein zie ik haar rondhuppelen. Ze zwaait naar het publiek en lijkt zich geen seconde druk te maken om de fantastische tijd die Stefanie Beckert noteert.

Sáblíková is tijdens een race een genot om naar te kijken en ook nu siert ze het ijs. Rank en pezig, maar wel sterk en daadkrachtig. Ze heeft iets weg van een reptiel, dat zich in alle bochten kan wringen om een prooi te verschalken. Door haar lenigheid is ze namelijk één van de meest technische schaatsers. Net als Shani Davis maakt ze een extra slag in de bocht, waardoor je linkerbeen meer rust krijgt. Een effectieve, maar verduiveld moeilijke techniek. Het lijkt alsof ze over het ijs zweeft en de rondetijden zijn heel stabiel.

De Tsjechische lijkt met gemak de snelste tijd te rijden, maar in de laatste drie ronden krijgt Sáblíková het plotseling lastig. De voorsprong smelt als sneeuw voor de zon en de coach schreeuwt de longen uit zijn lijf. Op deze momenten komt de beer in knokkers los en onderscheiden helden zich van de gewone stervelingen. Sáblíková knijpt de ogen nog dichter en bijt de tanden hard op elkaar. Het ademhalingsritme gaat omhoog en het lichaam spant zich aan. Ze denkt aan alle tripjes door Europa in de Lada en haar onbeschofte coach. Ze denkt aan mensen die niet in haar geloofden of schaatsen een suffe sport vonden, toen ze als klein meisje voor het eerst vertelde wat haar hobby was. Op de streep heeft Sáblíková nog een paar tiende over van haar grote voorsprong. Jaren van frustratie zijn de beste doping die een sporter kan wensen. Dan stellen al die tripjes naar de ijsbaan van Erfurt in een krakkemikkig wagentje ineens helemaal niets meer voor.

John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.
http://www.denbraber.nl

Tribune Tjechen

  • Print
  • email
  • RSS
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Twitter
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • PDF

Reageren