15 februari 2010 door John den Braber
In het schaatsen gaat het net als bij andere sporten natuurlijk primair om winst of verlies. Goed, het blijft een raar fenomeen om een schaatser na een verloren rit –die wel in een persoonlijk record eindigt – met gebalde vuisten te zien uitbollen, maar de basisgedachte blijft hetzelfde. Beter willen zijn dan je tegenstander of dan je zelf ooit bent geweest.
Toch is er een verschijnsel dat ik tot nog toe bij geen enkele andere sport bemerkte. Schaatsfans zijn namelijk de sportiefste liefhebbers op deze aardbol. Rond een ijsbaan zijn geen hekken om rivaliserende supporters te scheiden, een ieder wordt hartstochtelijk aangemoedigd en krijgt na afloop een karrenvracht beertjes naar zich toe geworpen. Of de schaatsers nu Nederlands, Duits of Noors spreken, het enthousiasme is even groot. Ik kan me ook niet voorstellen dat het ooit anders is geweest. Zelfs de fans van Ard en Keessie gingen namelijk niet met elkaar op de vuist en schudden elkaar na afloop ridderlijk de hand. Fair Play was in die jaren al een begrip, nog lang voor slimme marketingjongens die slogan bedachten.
Ook in Richmond is de sfeer uiterst gemoedelijk en zijn de Nederlanders bij de 3000 meter voor vrouwen weer ruimschoots in de meerderheid. Opvallend, omdat uitgerekend op deze afstand het thuisland de beste kansen op eremetaal lijkt te hebben. Zelf zit ik in een vak vol Canadezen, die net als Zwitserse fans, graag driftig met koeienbellen rammelen. De rij voor mij wordt wel bezet door Hollanders en dan nog wel van het Friese soort. Volledig gekleed in pompeblêd-outfit en met een schrijfblok op schoot. Echte fans noteren namelijk alle rondetijden. ‘Niet dat we het ooit terugkijken’, zegt Jettie Veenstra, de eigenaresse van het schema. ‘Maar het hoort gewoon zo. Het is puur om alles te documenteren tijdens de wedstrijden. Noem het een gevoel van overzicht.’
Veenstra is met een groep van vijftig (!) schaatsliefhebbers uit Friesland en Noord-Holland naar Vancouver gereisd. Het zijn haar tweede spelen. ‘Albertville, waar Bart goud won, waren mijn eerste.’ Hoewel de inwoonster van het Friese gehucht Oosterwierum de gehele periode van de spelen in Vancouver blijft, heeft ze nog niet voor alle schaatsevenementen kaarten. Volgens Veenstra speelt geluk een niet te onderschatten rol bij het ritselen van de gewilde toegangsbewijzen. ‘Ik mis nog een ticket voor de 1500 meter mannen en daar wil ik toch wel heel graag heen. Via via hoorde ik dat er gisteren nog kaarten werden aangeboden, maar eenmaal bij de kassa bleken de laatste net vergeven. Balen.’
De Friezin beëindigd vrij plotseling het gesprek en draait zich bruusk om. Ons praatje tijdens de dweilpauze zit er blijkbaar op en de eerste rit na de zamboni’s brengt Renate Groenewold op de weer spiegelgladde baan. Achter mij klingelen de Canadezen er vrolijk op los, ook al is de Nederlandse een geduchte outsider voor eremetaal. Toch zetten de supporters van het thuisland een tandje bij wanneer hun heldinnen de ijspiste betreden. Klassen, Groves en Hughes rijden hun rondjes in een orkaan van geluid, maar kunnen niet voorkomen dat het goud naar Martina Sábliková gaat.
De Tsjechische is vandaag niet te kloppen en daar kan zelfs de uittredende olympisch kampioene Ireen Wüst niets aan doen. De Brabantse gaat als een komeet van start, maar stort twee ronden voor tijd in. De TVM-rijdster eindigt daarmee op een toch wat teleurstellende zevende plaats. De grootste vreugde op het middenterrein is echter niet in het Sábliková-kamp, maar bij de thuisrijders. Want ondanks dat het organiserende land misschien op meer had gerekend, wordt de bronzen medaille van Kristina Groves gevierd als een olympische titel. De Richmond Oval barst uit zijn voegen en het gejuich houdt minstens enkele minuten aan.
Ook Veenstra en haar vrienden klappen hun handen stuk voor de medaillewinnaars en blijven, hoewel er geen enkele Nederlandse bloemen krijgt, toch allen in het stadion tot de huldiging is afgelopen. Voor die trouwe supporters is het dan ook een groot gemis dat de medailles niet meer in het stadion worden uitgereikt, maar ergens midden in de stad in een veel te groot football-stadium. Met massa’s tegelijk worden daar namelijk de atleten gehuldigd, die tegen de tijd dat ze hun ‘prijs’ ontvangen alle emoties –die dit soort ceremonies zo mooi maken- allang hebben verdrongen.
Mensen als Jettie Veenstra gaan niet naar dit soort bijeenkomsten. Sterker nog: ze wil er niet eens heen, want ze komt puur voor de sport. Daarbij nemen supporters als Jettie een lange reis, wachtrijen, dure kaartprijzen en de onzekerheid of ze überhaupt wel in het stadion komen voor lief. Door deze fans is schaatsen nog immer dé sport van het volk. Dat was bij Ard en Keessie al zo en dat zal altijd zo blijven.
PS: De politie van Richmond meldde na afloop geen incidenten tussen Canadese en Nederlandse supportersgroepen.
John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.

Fryslân Boppe!
