18 maart 2010 door Dennis Westerhuis
“Direct na mijn hartoperatie dacht ik: waarom doe ik dit, ik ben gestoord.”
“Met Kerst was ik vaak alleen, tenminste: zonder mijn familie. Zat ik op mijn achttiende in mijn eentje ergens
op een hotel-kamer. Dan had ik mijn moeder aan de lijn en zei ze: ‘Kind, dan stop je er toch lekker mee?’ Maar mijn passie voor de sport won het. Eigenlijk was ik na de havo van plan om een bloemenwinkeltje of hotelletje te beginnen. Mensen blij maken, me dienstbaar opstellen. Maar als je een talent hebt, moet je dat onderzoeken. Bij de kernploegen was er een behoorlijke spanning omdat je concurrenten bent. Later, toen de kernploegen verdwenen, werd de sfeer beter en professioneler. De commerciële teams bestaan juist uit mensen die elkaar goed liggen en willen helpen.
Ik heb altijd hartklachten gehad, voelde me er zwaar door geremd tijdens trainingen. Ik liet me opereren om nog beter te kunnen presteren. Maar direct na mijn hartoperatie keek ik mijn ouders aan en dacht ik: ‘Waarom doe ik dit, ik ben gestoord’. Maar dan ga je toch weer trainen. Want het schaatsen heeft me de afgelopen twintig jaar zóveel gegeven, en doet dat nog steeds. Ik geef clinics en presentaties, word overal voor gevraagd en leer een heel andere wereld kennen. Maar nog steeds leg ik de lat hoog voor mezelf: ik wil niet alleen het leuke enthousiaste meisje zijn dat goed kon schaatsen.
In Turijn, vier jaar geleden, was ik nog deelnemer aan de Olympische Spelen. Gelukkig ben ik de afgelopen jaren de prikkel kwijtgeraakt om mijn pak weer aan te trekken als ik een wedstrijd zie. Ik zou het ook niet meer kunnen. Toch ga ik deze winter wél naar Vancouver toe, sporters, media, fans en sponsors bij elkaar brengen in het Holland Heineken House. Sport verbindt en dat vind ik ook zo mooi aan sport.”