Van de tribune: That’s your spirit!

19 februari 2010 door John den Braber

Canadezen zijn trotse mensen. Je kunt hen niet erger beledigen, dan ze te verwarren met Amerikanen. Zij hebben met hun zuiderburen wat wij met Duitsers hebben. Het is nog net geen haat. Een zege op Amerika is dan ook de mooiste overwinning voor een ieder met een rood-wit hart.

Op straat valt het bijvoorbeeld enorm op dat de Canadese vlag een prominentere rol inneemt dan de olympische ringen. Doorgaans is een organiserende stad volledig versierd met de kleuren en styling van de games. In Vancouver valt dit enorm mee, vooral omdat de rood-witte vlaggen met het grote esdoornblad de overhand hebben. Nationalisme, dat toch al snel hoogtij viert tijdens sportevenementen, is absoluut geen vies woord voor de Canadezen.

In zowat iedere uitzending op tv refereren geïnterviewde sporters van het thuisland aan hun roots. ‘Proud to be Canadian’ en ‘keeping the Canadian spirit up’ zijn de voornaamste oneliners. De tv-makers hebben dan ook verruit de meeste zendtijd gereserveerd voor hun landgenoten en knallen er prachtige achtergrond reportages tegen aan. Iets wat je in Europa nooit zult meemaken. Je krijgt daarbij sterk het idee dat de Canadezen sport vooral als metafoor gebruiken voor het overwinnen van misstanden in het gewone leven. Ze leggen daarbij graag parallellen met een privésituatie, zoals bij de winnende mogul-skiër en zijn gehandicapte broer, en spreken een ieder aan op zijn gevoel voor rechtvaardigheid en hoop.

De Canadezen vatten dit allemaal samen in het woord spirit. Dat simpele woordje omvat volgens hen namelijk alles waar het tijdens de Olympische Spelen, en in de gehele sportwereld, om draait. Een zege komt voort uit spirit, maar een nederlaag ook. Gestreden en verloren. Dat Annette Gerritsen na haar val op de 500 meter gewoon weer start in de tweede heat heet ook spirit. Net als de arm van Jac Orie om de schouder van Margot Boer nadat ze op de 1000 meter op de meest ondankbare plaats van de spelen eindigt.

Het moet dan ook voor de Canadezen een marteling zijn geweest dat ze in eigen land – er waren immers al Olympische Zomerspelen in Montreal en Winterspelen in Calgary – tot deze week nog nooit goud hadden gewonnen. Winning on homesoil is namelijk het ultieme geluk voor de patriottische Canadezen. De teller staat in Vancouver 2010 nu zelfs al op drie titels, want vandaag zorgde Christine Nesbitt ervoor dat in de Richmond Oval een feestje kon worden gevierd. En ook voor het oranjekamp was er – eindelijk- weer reden tot juichen, want Annette Gerritsen en Laurine van Riessen mochten zilver en brons ophalen. Ontzettend knap natuurlijk van de blonde Control-schaatster, die na een megacrash op de 500 meter zich subliem revancheert. Over spirit gesproken.

Toch kan ik me niet voorstellen dat Gerritsen niet een heel klein beetje baalt. Wanneer je met zo’n klein verschil geklopt wordt, had je met iets meer geluk ook kunnen winnen toch? Maar op de Olympische Spelen telt iedere medaille en zijn er ook eigenlijk geen echte verliezers. Dit zilver en brons zorgt ervoor dat Nederland nu alle kleuren in bezit heeft en geeft daarnaast de oranjespirit een broodnodige extra boost. De Canadezen hebben geen ruggensteuntje nodig, want het derde goud zorgde voor een vreugde-explosie. Veel toeschouwers waren zelfs tot tranen geroerd in de Richmond Oval. Ze waren daarbij vooral trots op hun Christine, die alle sterke Nederlanders en misschien nog wel belangrijker: ook een aantal Amerikaanse dames toch maar mooi de baas was.

De hartelijkheid, die de Canadezen hier de hele week al tonen aan de bezoekers van de Olympische Spelen, wordt in de Richmond Oval omgezet in daden. Het applaus is oorverdovend en er zit geen greintje lekker-puh bij. Kleintje Pils, tot nog toe onze populairste act in Vancouver, helpt de Canadezen bij hun feestvreugde door hun volkslied te spelen. Een ieder zingt uit volle borst mee.

Wanneer we het stadion verlaten worden vrijwilligers, die hier sowieso altijd met een big smile staan, spontaan gefeliciteerd door Nederlanders. Het is met een hartelijkheid waar het in de sport om hoort te draaien en daarnaast heel kenmerkend voor het schaatswereldje. Sportiviteit en acceptatie. Een gevatte verkeersregelaar gooit met ‘and we would like to thank you guys for the Heineken House’ een compliment terug de massa in.

Ik wandel dan ook met een glimlach op mijn gezicht terug naar het hotel. Halverwege staan een aantal vrijwilligers speldjes uit te delen. Ik zie aan hun rood-witte pakjes dat ze van Canadese origine moeten zijn. ‘You want some Canadian spirit miss?’, vraagt een sympathieke knul van een jaar of zeventien aan een vrouw die vlak voor mij loopt. Door mijn kleding ziet de knul onmiddellijk dat ik Nederlander ben en speelt daar handig op in. ‘How about you sir? I promise I won’t tell anyone.’ Ik pak het speldje maar aan en bedank hem vriendelijk. ‘That’s your spirit!’, schreeuwt hij me na.

Inderdaad, waar anders dan op de Olympische Spelen gebeurt zoiets? Zie je al een Ajacied met een Feyenoord-muts oplopen? Sport verbroedert vooral als de voedingsbodem goed is. De Canadese bodem is uitstekend en bijzonder geschikt om sportliefhebbers nog dichter bij elkaar te brengen. Noem het vriendelijkheid, passie of hartelijkheid. Ik noem het vanaf deze Olympische Spelen liever spirit.

John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.
http://www.denbraber.nl

Fans van Christine Nesbitt

Fans van Christine Nesbitt

  • Print
  • email
  • RSS
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Twitter
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • PDF

Reageren