14 februari 2010 door John den Braber
Ouders spelen een grote rol in de ontwikkeling van een kind. Wanneer zoon- of dochterlief een aanstormend sporttalent is, wordt deze verantwoordelijkheid nog groter. Op jonge leeftijd financieren ouders de dromen van hun kroost en op latere leeftijd fungeren ze als klankbord of als schouder om op uit te huilen. De vader en moeder van Sven Kramer vormen daar geen uitzondering op.
Toch is de situatie in het Friese gezin nog complexer, aangezien Yep zelf ook op het allerhoogste niveau sportte. Goed, hij was niet van het kaliber als zijn zoon, maar hij nam toch tweemaal deel aan de Olympische Spelen en groeide op latere leeftijd uit tot een begenadigd marathonschaatser. Yep is daarmee naast vader, ook adviseur en criticus van Sven. Iets wat niet altijd goed uitpakt, maar in huize Kramer is het een beproefd recept.
Yep is namelijk een ingetogen en bescheiden man, die zijn zoon keurig met beide benen op de grond houdt. Maar bovenal is hij vader, met alle gebreken die vaders hebben. In de praktijk betekent dit dat Yep zich soms zorgen maakt om zijn zoon en daardoor nu zelf bloednerveus door Vancouver loopt. Als gast van AEGON ging hij dan ook maar met ons mee naar de openingsceremonie, puur om de gedachten even te verzetten.
‘De druk is heel hoog voor Sven’, zegt hij terwijl we richting BC Place wandelen. ‘Weet je, als hij één keer wint ben ik al zo trots als een pauw. Olympisch kampioen word je niet zo maar. Niets is namelijk zeker op de spelen. Het is een raar toernooi’ Yep heeft gelijk, want er zijn grote kampioenen genoeg die nooit het olympische goud omgehangen kregen. Rintje Ritsma, Falco Zandstra en Tonny de Jong zijn bijvoorbeeld namen die in een niet eens zo ver verleden ‘regeerden’, maar nooit die allerbelangrijkste titel grepen.
Met deze wetenschap reist Yep dan ook berustend naar de Richmond Oval, dat bijkans totaal oranje is gekleurd. Ik geniet er zelf ook van, maar kan de woorden van Kramer niet makkelijk vergeten. Uiteindelijk wil Yep vooral dat zijn zoon gelukkig is en als daar een olympische gouden plak voor nodig is, moet dat dus maar gebeuren. Helaas zit ik niet in hetzelfde vak als de sympathieke Fries, waardoor ik hem uit het oog verlies. Zijn afwezigheid wordt echter uit onverwachte hoek gecompenseerd. Marco Borsato en zijn vrouw Leontine zitten namelijk precies naast mij en blijken ware Sven-fans.
De volkszanger is trouwens sowieso een schaatsfanaat, want hij is goed geïnformeerd en legt zijn vrouw de fijne kneepjes van de sport uit. Het is aandoenlijk om te zien hoe bij Borsato het zweet in de handen staat en hij uit pure stress alle rijders aanmoedigt. ‘Sven draaide voor de spelen in Turijn altijd mijn nummers op zijn iPod’, legt hij zijn band met Kramer uit. ‘Toen ik dat hoorde heb ik hem in het Holland Heineken Huis opgezocht en kreeg ik ineens een knuffel van hem. Sindsdien volg ik Sven altijd, ook al ben ik in het buitenland’. Borsato klapt zijn handen bijna stuk, wanneer Kramer de baan opkomt. Het valt mij vooral op dat hij ontspannen oogt en het publiek groet. Een gespannen sporter zal dit namelijk nooit doen. Die probeert wanhopig een focus te zoeken en keert daarbij volledig in zichzelf.
Wanneer Kramer aan zijn rit tegen Davis begint komt het volgepakte stadion pas echt tot leven. Een orkaan van geluid stuwt Kramer bijna vooruit en na iedere ronde lijken er meer mensen te gaan schreeuwen en klappen. Kramer rijdt een prachtige vlakke race, zoals alleen hij dat kan, en breekt en passant het olympisch record, dat nota bene op een hooglandbaan werd gereden. Dat de concurrentie van de Nederlander, inclusief landgenoot Bob de Jong, bij lange na niet aan zijn tijd komt is geen verrassing.
Drie ronden voor het einde van de laatste rit wordt de hand van Sven al menigmaal geschud, want de buit is dan al lang en breed binnen. Toch komt de ware vreugde-explosie pas wanneer de Noor Harvard Bokko over de eindstreep glijdt. Sven verbaast vervolgens iedereen in the Richmond Oval door een ferme sprint te trekken over het middenterrein. Waarheen, wordt niet direct duidelijk. Hij springt over de boarding en klimt over het hek de tribune op. Daar valt hij zijn vader in de armen. De koele schaatskoning ontdooit na het behalen van zijn eerste olympische titel ooit en vliegt direct zijn steun en toeverlaat om de nek.
Bij Yep lopen de tranen over de wangen en hij sluit even kort de ogen. Waarschijnlijk denkt hij aan alle uren die Sven heeft getraind en de ontberingen die hij moest doorstaan om dit doel te behalen. De droom van zijn zoon is uitgekomen en dat roept zelfs bij een nuchtere Fries om waterlanders. Waarschijnlijk fluisterde hij nog in zijn oor: ‘Ga nu maar even zitten en spaar je benen. Je moet nog drie wedstrijden.’ Heel even is Yep weer het schaatsdier, die een wijs advies geeft aan een pupil. Daarna drukt hij zijn zoon ferm tegen de borst en wrijft hem liefdevol over de bol, want dat doen vaders nu eenmaal.
John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.
http://www.denbraber.nl

De Borsatootjes tijdens de race van Sven