20 februari 2010 door John den Braber
Zelden was een olympische stad zelf zo symbolisch voor de georganiseerde spelen als Vancouver. Het grootste sportevenement op aarde wordt namelijk door honderden nationaliteiten betwist en in de Canadese plaats zijn die vrijwel allemaal te vinden. Chinezen, Indiërs, Pakistanen en Libanezen hebben allen hun thuis in de havenstad gevonden. Vancouver is een smeltpot van alle culturen, die elkaar respecteren en vertrouwen.
In Richmond, een buitenwijk van Vancouver die ongeveer zo groot is als Hilversum, is het merendeel van de bevolking van Aziatische afkomst. Overal zie je toko’s en borden met Chinese tekens. Althans, dat neem ik aan. Misschien is het wel Thais of Mongools, want dat zou ook zo maar kunnen. Wie hier van sushi houdt zit helemaal op rozen, want het aantal Japanse restaurants is niet te tellen.
Mensen ervaren het multiculturele karakter van Vancouver dan ook als een verrijking, iets waar wij in Nederland nog weleens moeite mee hebben. De stad is een profetisch toonbeeld van hoe ons land er over honderd jaar uit zal zien en dat vooruitzicht is niet slecht.
Toen ik net was geland vertelde een Pakistaanse taxichauffeur al enthousiast hoe de samenleving in Vancouver is opgebouwd. Dat er veel Chinezen waren, had ik zelf al uitgevonden, want de borden op het vliegveld zijn namelijk in het Engels, Frans én Chinees. Volgens hem is het geweldig dat zo veel verschillende nationaliteiten de straten van zijn stad letterlijk en figuurlijk kleuren. Hoe fantastisch het is dat zijn zoontje wat Chinese zinnen leert van zijn vriendje.
Ook in de Richmond Oval lijken veel bezoekers van heinden en verre te komen, maar blijken gewoon Canadees. Er zijn een flinke afvaardiging Chinezen, een paar Japanners en natuurlijk Koreanen neergestreken in de schaatshal. De Koreanen die in Vancouver woonachtig zijn mogen trots zijn op hun schaatsende landgenoten. Zo greep Lee Seung-Hoon tot ieders verbazing zilver op de 5000 meter achter onze Sven, pakte Mo Tae-Bum de titel op de 500 meter en eindigde op de 1000 meter als tweede en werd Lee Sang-Hwa ook olympisch kampioen op de kortste afstand. In de medaillestand staan ze dus boven Nederland, wat vooraf toch niet verwacht werd.
Tijdens de 500 meter voor vrouwen zat ik naast een Koreaans stel. Een keurig nette meneer en mevrouw, die geen fankleding dragen of attributen meezeulen, iets wat in een schaatshal vrij ongewoon is. Ze glimmen van trots, want hun landgenoten doen het geweldig. Terwijl ik naast hen zit en ze een beetje observeer, gaat er een filmpje in mijn hoofd lopen. In mijn fantasie is het tweetal in 1974 naar Canada gekomen om daar een betere toekomst te bewerkstelligen. De eerste jaren stond de man des huizes in een gaarkeuken en bleef moeders thuis bij hun drie kinderen. Na acht jaar hard werken hadden ze eindelijk genoeg gespaard om, natuurlijk, een restaurant met de lekkerste Koreaanse gerechten te openen. De kinderen speelden ijshockey en studeerden alle drie. Ik schatte het stel rond de 50, dus over een jaar of vijftien, wanneer de kinderen goed terecht zijn gekomen, zou het stel in Korea weer van hun oude dag gaan genieten
Ik kijk naar het Koreaanse echtpaar en zie hoe ze zelfs hun handen stukklappen voor een meisje dat een vrij matige 39,59 neerzet. Maar ach, landgenoten die in den verre presteren verdienen een warm applaus. Ook als ze het niet zo geweldig doen. Om mijn verhaal te staven spreek ik de man tijdens de dweilpauze aan. Ik vraag hem of hij uit Korea komt. Hij knikt bevestigend. Wanneer ik hem echter vraag hoe lang hij al in Canada is, krijg ik een antwoord dat ik niet verwacht. ‘Two days.’ De reden van zijn komst naar Vancouver? Het meisje dat zojuist als dertigste eindigde in de eerste serie van de 500 meter: Ahn-Jee Min. De vreugdekreten hadden dus niets met patriottisme van doen, maar met de liefde en trots van ouders voor hun dochter.
Niet veel later krijgt meneer Min een telefoontje en vliegt Ahn-Jee hem na een kwartiertje om zijn nek. Ze gaat gewoon bij haar ouders op de tribune zitten en samen schreeuwen ze Lee Sang-Hwa naar het goud. Ik kan niet anders dan er geëmotioneerd naar kijken. Olympisch liefde voor je familie én je land in een koude schaatshal vol met tientallen culturen. Een mooiere metafoor voor de stad die dit mogelijk maakt kun je niet bedenken. Hopelijk neemt iedereen een stukje Vancouver-verdraagzaamheid weer mee terug naar zijn eigen land.
John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.
http://www.denbraber.nl

Vader en dochter Kim