28 februari 2010 door John den Braber
Omdat ik van origine een doemdenker ben, maak ik me na deze domper plotseling een beetje zorgen over de vitaliteit van de Nederlandse schaatssport. Sven Kramer is natuurlijk een megatalent, maar in de breedte is het veel te karig. Waar zijn de talenten uit de gewesten en hoe lang kunnen de gevestigde namen sowieso nog mee? Ik schrik van de conclusie, want met drie gouden medailles doet Nederland het natuurlijk helemaal niet zo slecht, maar hoe moet het over vier jaar? De ploegenachtervolging is de afspiegeling van het volume der klasbakken en dat vind ik toch wat mager.
Tijdens een lunch in de rustieke oude haven van Richmond spreek ik onder het genot van een maal heerlijke mosselen met Ab Krook. Een ervaren man, die alleen maar slimme dingen zegt. Natuurlijk komt ook de beruchte wissel van Sven Kramer aan bod. Volgens Krook was de blunder het gevolg van overconcentratie en miscommunicatie. ‘Misschien moeten ze de trainers wel van het ijs halen’, zegt de voormalig bondscoach concluderend. ‘Het leidt alleen maar af en de toegevoegde waarde is nihil. Gewoon twee elektronische borden met de rondetijden moet toch voldoende zijn?’
Ik ben het met Krook eens en ga nog een stap verder: het kostte ons goud op de ploegenachtervolging. Er zijn namelijk te veel belangen voor te veel partijen. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat er voor iedere discipline een andere trainer langs de baan staat en dat er niet één hoofdcoach is die de regie neemt. Zo veel begeleiders, die allemaal geaccrediteerd worden en om hun schaatsers heen huppelen. In mijn optiek leidt dit slechts tot ongewenste diversiteit in de oranjebrigade. Ik weet zeker dat dit ook de ploegenachtervolgers genekt heeft. Er stond helemaal geen team, dat was bij het inrijden al zichtbaar.
Hoewel ik zelf nooit een schaatswedstrijd reed, weet ik wel alles van de ploegenachtervolging. De discipline is namelijk overgewaaid uit het baanwielrennen. Ik heb jarenlang dit onderdeel gereden en weet dan ook als geen ander hoe vertrouwen hier een belangrijke rol speelt. Je moet met je ogen dicht achter iemand kunnen rijden, in de wetenschap dat er niets raars gebeurt. Dit vergt discipline, kunde, maar ook kameraadschap. Wat dat betreft is het bij voorbaat al niet handig om Sven Kramer en Mark Tuitert in één ploeg op te stellen. Het is een publiek geheim dat ze elkaar kunnen schieten en op beslissende momenten kan dat een brekende factor zijn.
Het allerbelangrijkste van een goede ploegenachtervolging is een beproefd recept: training. Door samen veel uren te maken, slijp je mechanismes in de ploeg. Die beslissen in de wedstrijden over het wel of niet bereiken van een finale. De Amerikanen reden vlekkeloos mooi als een trein over het ijs. Onze landgenoten schaatsten met drie man achter elkaar aan. Dat is het verschil. Het is een belediging voor de kunst die ploegenachtervolging heet om drie goede schaatsers bijeen te zetten, een paar rondjes te oefenen en dan te denken dat je goud haalt. Het kan wel, maar dan moet je drie Sven Kramers hebben en die zijn er niet.
Kijk naar de Poolse dames, die al hun geld op de team-pursuit hebben gezet en gewoon een medaille grijpen. Individueel bakken ze er geen pepernoot van, maar als ploeg zijn ze sterk. Een goede les voor de Nederlanders. Mijn gratis advies aan de KNSB: stel een coach aan die zich alleen met de ploegenachtervolging bezighoudt. Laat deze scouten in alle gewesten en zet twee ploegen van drie mannen en vrouwen bijeen. Laat ze samen trainen, eten, stappen – en vooral lachen.
Zorg dat ze voor elkaar door het vuur gaan en elkaar missen tijdens vakantieperioden. Laat de verzoener aller verzoeners ‘pappa’ Henk Gemser ze eens per maand toespreken en knuffelen, maar geef ze vooral vertrouwen. Heel veel vertrouwen. Ik weet zeker dat we dan in Sochi dubbel goud pakken op de ploegenachtervolging. Als een team vrienden richting Rusland, desnoods met de trein om extra lang samen te kunnen rummikubben of klaverjassen. Bij voorkeur in een klein wagonnetje, want dan kunnen we die twintig trainers ook meteen thuislaten. Tel uit je winst.
John den Braber is freelance muziek- en sportjournalist. Hij publiceert onder meer in Off The Record, Wieler Magazine en Revu. In een vorig leven was de Rotterdammer topsporter en nam hij als wielrenner tweemaal deel aan de Olympische Spelen.

Doldwaze vreugde bij de bronzen Polen